Paus (verschenen in Spits)

Ik snap de Paus wel. Ben je in de bloei van je leven, zie je een leuke vacature staan die je op het lijf geschreven lijkt, denk je: Doen we even. Want wat is nou het verschil tussen hoogbejaard met een groep in een bus langs iets Keukenhof-achtigs gereden worden en het in een eigen karretje langs een juichende menigte worden gechauffeerd? Tussen met generatiegenoten in het bejaardenhuis raaskallen over homo’s, moslims en andere moderniteiten en op een mooi versierde stoel op TV raaskallen over homo’s en moslims en andere moderniteiten, behalve de reactie daarop (respectievelijk “ach, laat meneer Ratzinger maar, die is wat verward de laatste tijd” en “Hulde/Schande”).

Krap acht jaar na zijn aantreden krijgt Benedictus XVI nu, iets verlaat, last van een seven years itch. Het pausschap blijkt toch zwaarder dan gedacht, zeker voor een man van 85. Hoewel een dementerende paus me zeer verfrissend lijkt, vind ik het vooral moedig dat hij voordat het zover kan komen erkent dat het pontificaat te hem te veel wordt en er de brui aan geeft.

Ik hoop dat we een leuke nieuwe Paus krijgen. Een knappe donkere van eind twintig met een brede kaaklijn en woeste krullen, die veelbelovend en een tikkeltje schalks vanonder zijn mijter naar het Sint Pietersplein blikt. Het zou het Katholicisme een heel nieuwe impuls geven. Ik zal geen Urbi et Orbi meer missen. Of een goeie struise lesbienne, ook goed.

En Ratzinger wens ik een een fijn pensioen toe, waarbij ik hoop dat zijn belofte om het klooster in te gaan een grapje van hem was. Dat ‘ie maar lekker in een verzorgingshuis mag biljarten, jenevertjes drinken en kruiswoordraadsels mag maken, zoals dat een oud mannetje betaamt. En dan hoop ik dat zijn lievelingsverpleger een homoseksuele moslim wordt. Want voor werken kan je dan te oud zijn, voor leren is het nooit te laat.