Rookvrij (verschenen in Trouw)

Wanneer je in de kroeg zit met je zoveelste ‘laatste biertje en dan zien we wel’ en met je derde portie gefrituurd slachtafval in een krokant korstje is het natuurlijk verschrikkelijk om in de sigarettenwalm van een ander te zitten. Alsof de kroeg een fantastische plek zou zijn om aan je gezondheid te werken, als er maar niet zoveel gerookt werd. Toch is dat wat vrijwilligersvereniging Clean Air Nederland, kortweg CAN, denkt. Daarom wil zij volledig rookvrije horeca. De rookvrije gedeeltes in restaurants waren niet genoeg: de niet-rokers moeten voortaan door het hele etablissement kunnen rennen. Dat doen gezonde mensen immers graag! En dat dus zonder geconfronteerd te worden met rokers en hun rook. Daartoe is CAN het ‘burgerinitiatief wet rookvrije horeca’ gestart. ‘Burgerinitiatief’? Bij dat woord denk ik aan Tokkies die met een schoffel vermeende inbrekers staan weg te jagen. Of aan mensen die hun buren verplichten hun stoepje te vegen onder het motto “Als wij het wél doen en zij níet, ziet het er nóg niet uit.” Of nog erger: aan het zinnetje: “Jah, as de poelietsie niks doet, doen wai ut zelluf!” Kortom: Aan de baas spelen. En bij CAN betaal je nog € 18,80 lidmaatschap per jaar ook om daaraan mee te mogen doen. Zonde. Zonde van het geld vooral, want voor dat geld heb je maar liefst vier pakjes shag of een kistje mooie sigaren. Maar deze mensen willen geen rookwaar. Deze mensen willen ‘schone lucht’.

Om dat te bereiken, voeren ze verontwaardigd actie. Hun hoofdthema: “Roken is schandalig.” Bungalowparken, voetbaltribunes, de auto van de zaak: heel Nederland moet veranderen in een walhalla van frisse lucht. Als ik nog dacht dat ik ook maar íets te vertellen heb over de genotsmiddelen waarvan ik wil genieten, had ik het volkomen mis. Roken is asociaal en alle rokers willen maar één ding: stoppen. En dat zal CAN me wel eens even door mijn zwartgeteerde strot duwen. Ooit losten we roken samen op: als iemand last had van rook, vroeg hij aan de roker hoe ze dat samen gingen oplossen. Dan antwoordde de roker, na eerst eens flink gehoest te hebben: “Weet u wat, ik maak hem wel uit.” Allebei tevreden. Nu lost de radicale niet-roker het wel eventjes op. Vanuit zijn ‘burgerplicht’. Weet u wat burgerplicht is? Proberen zo leuk mogelijk met elkaar samen te leven. Laat rokers toch lekker roken. Bij een biertje en na het vrijen en het eten, want dan is het het allerlekkerst. We gaan netjes onder onze afzuiginstallatie zitten en beloven dat we onze rook niet in uw gezicht blazen. Er is een spreekwoord: ‘Een tevreden roker is geen onruststoker’. Voor ontevreden rokers bestaat er geen spreekwoord. Dat zegt genoeg!