Woede

Er cirkelde een helikopter boven zijn huis en er kwamen camera’s aan de deur. Hij werd platgemaild door mensen die niet precies van de hoed en de rand wisten maar op Facebook een oproepje hadden gezien dat ze kwaad had gemaakt, en die hun woede omzetten in ongetwijfeld tot de verbeelding sprekende geschriften. En toen dacht Sjoerd van Keulen: ’t Is mooi geweest, ik ga op een eiland zitten wachten totdat de storm is overgewaaid. Gelijkt heeft ‘ie.

Ik zeg niet dat de bonussen die van Keulen kreeg gerechtvaardigd waren. Ik vind bonussen überhaupt niet gerechtvaardigd, je moet je werk gewoon goed doen, bonus of niet. Maar dat lijkt me meer een kwestie van een nodige verandering in de bankenwereld dan één iemand onder druk van een woedende menigte dwingen zijn bonus terug te geven omdat hij het symbool is geworden van die bonuscultuur. Om vanuit ons rijtjeshuis zo’n man publiekelijk te lynchen gaat te ver. Je mag iemands handelen best afkeuren, maar als diegene zich vervolgens zo bedreigd voelt dat hij het land verlaat gaat er toch ergens iets mis.

Bovendien: Waar maken we ons druk over? Wij hoeven ons daar helemaal niet mee te bemoeien. Daar hebben we een rechtssysteem voor dat tot op de bodem uitzoekt of dit een geval is van hebzucht, mismanagement of inschattingsfouten.

En als dat niet genoeg is moeten we het rechtssysteem maar rigoureus omgooien. Aangezien wij kleyne luyden aan de lopende band diep verontwaardigd zijn over alles wat los en vast zit, en dat blijkbaar duidelijk willen laten merken, kunnen we de schandpaal op het marktplein in ere herstellen. Zetten we eens per week iemand neer waar we ontzettend kwaad op zijn en die bekogelen we dan met euroshopperlasagne. Volgens mij is dat wat we eigenlijk, diep in ons zuivere hartje, het liefst zouden willen.