50 Tinten Joke

Soms lees je eens wat, soms schrijf je eens wat. Maar waar zet Polderman dat neer? Nou, hier! Geinspireerd op de abominabele bestseller ’50 Tinten Grijs’ schreef Polderman ’50 Tinten Joke’. Oftewel: wat een internationale bestseller met het huwelijksleven kan doen.

50 Tinten Joke

“Nu moet je zeggen: Ik neem je met mijn lid, je wórdt wel wijder”. Herbert dacht terug aan de geboorte van hun drie kinderen, hier, in ditzelfde eikenhouten bed. “Je wordt wel wijder” stamelde hij, terwijl hij wat aan de bruinlederen rijzweep in zijn rechterhand frunnikte. Joke lag te kronkelen op de patchwork sprei. Die had ze vorige winter gemaakt. Wat was dat knus geweest, mijmerde Herbert. Hij had naar Studio Sport en de Rijdende Rechter gekeken, met pindaatjes en een biertje, terwijl zij die sprei had zitten naaien onder de lamp aan de grote tafel. Met het zachte, monotone snorren van de Singer was het echt winters gezellig geweest. Hij keek naar zijn sokken. Onder zijn buikje kon hij nog net de rafelige pijpjes van zijn onderbroek zien. Joke moest nieuwe onderbroeken halen bij de Jola in het dorp. En nieuwe sokken ook. Wachtend op verdere orders richtte hij zijn blik op Joke. “O, Herbert, die eisende ogen van je, die intens smeulende blik waarmee je mijn lichaam in vuur en vlam zet!” kreunde Joke. De sprei plooide onder haar billen, de beertjes op de stof frommelden tot ondefinieerbare bruine figuurtjes. Hij had zin om Joke zachtjes te kussen, iets liefs tegen haar te zeggen. ‘Mijn lieve knuffelmeisje’ of zo iets, hij wist het niet, hij was daar nooit zo goed in geweest. “U wilt me keihard neuken hè, voor straf?” Piepte Joke.”O nee, meester, alstublieft! En dan moet je aan mijn haar trekken, zo, hier.” Ze deed het voor. De blonde highlights trokken strak tussen haar knokkels, haar oogleden gingen mee omhoog. “O, meester!” kronkelde ze. Wat was ze nou met haar ogen aan het doen? Haar irissen schoten heen en weer in hun kassen, nu keek ze scheel, dan weer was er alleen het wit van haar ogen te zien. “Behaag ik u meester? Of krijg ik billenkoek?” Ze schokte met haar heupen, zo hevig dat de Janneke Brinkman-aquarel boven het bed tegen de muur tikte. Het was allemaal begonnen met dat boek. Tineke was met dat boek gekomen, had op een samenzweerderige toon gezegd dat ze dat boek móest lezen, dat het al een hit was in de Joe-Es-Eej, en had toen op een rare manier naar Herbert gekeken en gezegd “Let jij maar eens op, Herbert Greej!” Vanaf dat moment was Joke zich steeds vreemder gaan gedragen. Ze had haar lippen kapot gebeten, tot bloedens toe, en had daarbij met een wat duistere blik naar Herbert gekeken. Ze was zijn nieuwe broeken steeds een maat te groot gaan kopen, omdat dat ‘zo op een manier om zijn heupen zat’. Ze had erop gestáán dat hij de vakantiebestemming zou kiezen voor komende zomer. “Jor wil is or commant, wer joe ko, aai ko, master” had ze gefluisterd. Hij wist niets van vakantiebestemmingen; in de 38 jaar dat ze getrouwd waren had Joke de vakanties altijd geregeld. Puur op de plaatjes had hij een busreis naar het Zwarte Woud gekozen. Hij hield van de bergen, bovendien leek de grootste koekoeksklok ter wereld hem een leuke bezienswaardigheid. Nadat ze bij het reisbureau waren geweest om de reis te boeken, had Joke gezegd: “Zullen we gezellig nog even langs de Hubo gaan?” Herbert had niks nodig gehad, maar ze had erop gestáán de bouwmarkt te bezoeken, en eenmaal daar had ze met enorme interesse bij de rolletjes touw staan kijken. ”Onthouden voor mijn verjaardag” had ze gezegd, en Herbert had niet geweten of hij zich opgelucht of verontrust had moeten voelen. Als hij het maar onthield zou hij eindelijk, voor het eerst in jaren, eens weten wat hij zijn vrouw moest geven voor haar verjaardag. Maar touw…? En hoe lang moest dat dan zijn? Welke dikte? En vooral: Had ze al die jaren eigenlijk al touw willen hebben? Had ze steeds haar blijdschap geveinsd bij de staafmixer, friteuse of tuinset die ze jaarlijks van hem in ontvangst had genomen, terwijl ze veel liever een paar meter touw had willen krijgen? Herbert dacht dat hij Joke kénde, écht kende na al die jaren samen, maar in de afgelopen weken was ze een steeds groter raadsel voor hem geworden. En dan was er vanochtend het pakketje gekomen, met de post. Herbert had nog gedacht dat het het boek over zeldzame kippenrassen was, dat hun dochter voor hem had besteld via internet. Ze kregen niet zo vaak pakjes. Maar Joke had het blozend van de postbode aangenomen, en met een hees ‘kom’ had ze Herbert meegenomen naar de slaapkamer. En toen kwam die zweep dus uit de verpakking. Hij keek naar het bruinleren lusje aan het uiteinde van de zweep, dat tussen zijn sokken op de grond rustte, en prikte er wat mee in de vloerbedekking. Bruin stond leuk bij zalmroze. “Meester!” Joke zat nu op haar knieën op het bed, haar hoofd naar de gebloemde gordijnen, haar kont naar hem toe.”O, alstublieft, sla me niet! Mijn innerlijke godin kan dat niet aan! Doet u me toch geen pijn met uw zweep!” Herbert moest aan het luchtalarm op de eerste maandag van de maand denken. “Zeg nu iets over mijn perfecte albasten huid.” Hij keek naar haar billen. Hij zou de lieve putjes in haar huid willen kussen, die op haar benen, en op haar bovenarmen. Hij zou haar zachtjes in zijn armen willen nemen, haar zachte lijf lekker warm tegen dat van hem aan, hij zou met zijn grote eeltige handen over haar hoofd willen aaien en alle lieve woorden zeggen die hij nooit kon verzinnen. ‘Poppelientje’ of zo. Of eindelijk eens hardop ‘Ik hou van jou’ zeggen. Het idee die vier woorden uit te spreken, misschien zelfs met ‘lieve Joke’ erbij, maakte hem nerveus en opgewonden tegelijk. “Eh…” Joke keek over haar schouder naar hem. Scheel. “Meester, o, meester, het verlangen baant zich een weg in mijn binnenste, wat wilt u toch van me, alstublieft! Zeg me wat u wilt!” kermde ze. Herbert duwde bedremmeld op het zweepje, waardoor het op een boog leek. “Eh, Joke, nou, zullen we gezellig bij de La Place koffie gaan drinken? Met zo’n lekkere punt appelgebak erbij?” “En ik hou van je” mompelde hij er achteraan, maar dat hoorde ze niet.